Seksuele voorlichting in de eindtermen: het debat

Minder jongeren beginnen vroeg met seks
Gebruik sociale media om over je relatie te vertellen : relfie!
erotic, drawing, pair

coloringcuties (CC0), Pixabay

Wat vinden jongeren, leraars en jongerenbegeleiders nu over seksuele voorlichting in de eindtermen? Jongeren van de Ei-cel (de jongerengroep van Sensoa), jongerenbegeleiders en leraars gingen in gesprek.

Waarover moet seksuele vorming gaan?

Seksuele vorming mag niet alleen over ‘anatomische onderwerpen’ gaan, maar ook over belevingsaspecten van seksualiteit. Jongeren willen vooral dat er tijd is om over seksualiteit te praten.

Elk schooljaar opnieuw.

Jongeren willen weten hoe ze hun seksualiteit op een positieve manier kunnen vormgeven. Het mag dus ook over plezier en intimiteit gaan. En ze willen gerustgesteld worden dat ze ‘normaal’ zijn. Ze vinden dan wel veel informatie op internet, ze willen daar graag duiding bij.

Dat vinden ook leraars noodzakelijk. Er circuleren nogal wat mythes onder jongeren, en vaak staan die in de weg van wat je eigenlijk wil overbrengen.


Aandacht voor culturele diversiteit

Communicatievaardigheden vindt iedereen belangrijk. Kunnen communiceren over condoomgebruik bijvoorbeeld. Maar ook van gedachten kunnen wisselen over verschillende waarden en normen. En leren hoe je daarin keuzes maakt, met respect voor de samenleving waarin je leeft.

Seksuele vorming mag niet alleen over kennis gaan, maar ook over attitudes en vaardigheden.
Seksuele vorming in de eindtermen: vrijblijvend of verplicht?

Leraars echt verplichten om seksuele vorming te geven, daar is niemand enthousiast over. Dat leidt alleen maar tot gênante situaties. Toch mag seksuele vorming in de eindtermen ook niet te vrijblijvend zijn. Het mag niet zomaar van die ene leraar afhangen of en hoe je seksuele vorming krijgt op school.

Misschien werken met minimum- en uitbreidingsdoelen? Leerlingen die thuis geen seksuele opvoeding krijgen, hebben ook recht op informatie.

Wie moet seksuele vorming geven?

Alle leraars hebben een verantwoordelijkheid, niet alleen die van godsdienst en biologie. Het gaat ook niet altijd om de formele lesmomenten. Ook daarbuiten doen zich situaties voor waarop alle leraars moeten kunnen inspelen.

Werken met externe sprekers? Het kan zijn voordelen hebben. Intieme onderwerpen bespreken lukt misschien beter bij iemand van ‘buiten’ dan met je eigen leraar.
Wanneer in het curriculum moet seksuele vorming aan bod komen?

Relationele en seksuele vorming moet regelmatig terugkomen in het curriculum. Telkens met andere thema’s en andere klemtonen. En alsjeblief niet alleen op projectdagen, zeggen zowel de leraars als de jongeren. Sommige leerlingen blijven dan weg én wat je dan bespreekt blijft minder lang hangen.
Wat is de rol van ouders? Moet je hen betrekken?

Ouders goed informeren is belangrijk. je kan bijvoorbeeld een ouderavond geven om je programma uit te leggen. Dat betekent niet dat ouders hun toestemmig moeten geven of dat ze kunnen kiezen of hun kinderen meedoen of niet.

OnsOnderwijs.be

Volg het debat over de eindtermen en over seksuele vorming daarin verder op www.OnsOnderwijs.be . En lees meer over relationele en seksuele vorming in de eindtermen.

Bron

http://www.seksuelevorming.be/