Hoe omgaan met seksuele gezondheidsproblemen bij bejaarden?

Seks op oudere leeftijd
Vrouwen zijn het gelukkigst zonder man en zonder kinderen
couple, elderly, walking

EddieKphoto (CC0), Pixabay

Het psychoseksuele welzijn van bejaarden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) definieert seksuele gezondheid als volgt: “Het zich fysiek, mentaal en sociaal goed voelen op het gebied van seksualiteit. Dit vereist een positieve en respectvolle benadering van seksualiteit en seksuele betrekkingen, evenals de mogelijkheid om seksuele ervaringen te hebben die een bron van genot vormen, geen risico’s inhouden en vrij zijn van dwang, discriminatie of geweld.”

Met het ouder worden treden er in het zenuwstelsel, het bloedvatenstelsel en de het hormonaal stelsel veranderingen op die een invloed kunnen hebben op de manier waarop seksualiteit wordt uitgedrukt. Bij de vrouw kan de menopauze ongemak of zelfs pijn veroorzaken bij seksuele betrekkingen. Bij de ouder wordende man kan een daling van het testosteron (andropauze) gevolgen hebben voor het seksleven. De kennis op dit domein blijft voorlopig beperkt. Specifieke behandelingsmogelijkheden om de seksuele gezondheid van ouderen te verbeteren berusten op seksuologische interventies op psychologisch en somatisch vlak, die in de toekomst wellicht verder zullen worden ontwikkeld (1). Toch geven momenteel steeds meer bejaarden blijk van een seksuele gezondheid, al staat die dan op een laag pitje. Die ontstaat spontaan of dankzij therapeutische hulp, wat niet altijd zonder problemen verloopt. Dat laatste geldt vooral als mensen in een gemeenschap leven, zoals in een tehuis. De toename van de seksuele betrekkingen bij ouderen wordt gestaafd door het onderzoek ACSF 2006 (n = 12.364). Daarin wordt aangetoond dat vrouwen van 50 tot 69 jaar die een relatie hebben, in 1992 naar eigen zeggen 5,3 keer per maand betrekkingen hadden, terwijl dat cijfer in 2006 opliep tot 7,3. Uit de enquête blijkt ook dat de seksuele activiteit van hoogbejaarde vrouwen blijft toenemen (2).

Seksualiteit en het ouder worden zijn nauw verbonden.

Zonder te vervallen in overdreven jeugdcultus, d.w.z. het “tot elke prijs jong willen blijven”, is het zeker zo dat het behoud van de mogelijkheid om bloeiende seksuele betrekkingen te hebben voor de ouder wordende mens waardevol blijft. Dit kan echter alleen als er geen endocriene, vasculaire, neurologische of psychiatrische pathologie aanwezig is die seksuele gevolgen heeft. Daarentegen lijkt de levenskwaliteit van de ouder wordende mens, tenminste op psychologisch vlak, nauw verbonden met onder meer een bloeiende seksualiteit. Dat blijkt uit diverse recente werken: in de studies van M. Poulain (3) over de impact van het huwelijksparcours op de levensduur wordt inderdaad geopperd dat “…mannen langer leven naarmate ze langer getrouwd zijn geweest”. Toch moet er ongetwijfeld nog met andere factoren dan de seksuele betrekkingen rekening worden gehouden, temeer omdat “…op jonge leeftijd weduwe worden gunstiger lijkt voor de vrouw” (3).

Seksualiteit is een communicatiewijze en een belangrijke evenwichtsfactor

Nog interessanter is de nadruk die prof. A. Jackson (Universiteit van Florida) legt op het verband tussen seks, geluk en gezondheid in een steekproef van 238 getrouwde 65-plussers: “…een bloeiend seksleven zou bij mensen van 65 jaar en ouder kunnen bijdragen tot het evenwicht en de goede gezondheid van dit groeiende bevolkingssegment…” (4). Volgens zijn onderzoeken levert seksualiteit bij bejaarden inderdaad 20% meer gelukkige mensen op. Van de personen die geen enkele seksuele activiteit gedurende de laatste twaalf maanden aangeven, verklaart slechts 40% zich over het algemeen gelukkig te voelen in het leven. Van de personen die meer dan een keer per maand seksuele betrekkingen hebben, verklaart bijna 60% gelukkig te zijn in het leven (4).

Op seksualiteit staat geen leeftijd

Op een colloquium (5), besprak psycholoog Pierre Collart de psychologische en relationele interacties tussen de seksualiteit en het ouder worden. Het is in feite al moeilijk om exact te bepalen wanneer het ouder worden begint. Op lichamelijk vlak valt dat nog mee, maar niet op psychisch gebied. Het gevoel van ouder worden is inderdaad een psychologische indruk die geen verband houdt met de leeftijd. Die indruk heeft een uitwendige component (het beeld afkomstig uit de maatschappij) maar ook een inwendige (naargelang de mankementen die het eigen lichaam vertoont). De som van die componenten kan op elke leeftijd significant worden.

De seksualiteit bij bejaarden is duidelijk afgezwakt, om diverse redenen (6):

-fysiologische aspecten, met progressieve achteruitgang van de seksuele kenmerken en geslachtsorganen naarmate men ouder wordt;

-het idee of het vooroordeel waardoor mensen aannemen dat seks vanaf een bepaalde leeftijd pijnlijk, beschamend of pervers wordt.

Toch kan de nood aan een bepaalde vorm van seksualiteit voortduren aangezien (6):

-liefde met het verouderen belangrijker wordt dan seks;

-de lichamelijke veranderingen en het negatieve zelfbeeld niet onoverkomelijk zijn: liefde maakt blind en de verleiding is een immateriële activiteit die niet wordt aangetast door de leeftijd…

Men kan dus zeggen dat seksualiteit een belangrijke manier om te communiceren blijft.

Seksualiteit in bejaardentehuizen

Volgens een presentatie van Luikenaar Michel Ylieff (5) is de gemiddelde leeftijd van bewoners in een bejaardentehuis tachtig jaar. Over het algemeen gaat het om vrouwen, met een sekseratio van ongeveer 4 tot 5/1. De prevalentie van neurodegeneratieve pathologieën bedraagt er 40 tot 60%.

Hoewel het om gemeenschapsoorden gaat – wat de dienstverlening voor bewoners betreft maar ook qua werk voor het personeel – die niet echt geschikt zijn voor een privéleven, blijkt toch dat 7 tot 10% van de bewoners nog steeds een liefdesrelatie of zelfs een seksuele relatie heeft.

De volgende situaties zijn daarbij mogelijk:

-een relatie tussen twee lucide bewoners;

-een relatie tussen een lucide bewoner en een persoon van buitenaf;

-een relatie tussen een lucide bewoner en een bewoner die niet lucide is;

-een relatie tussen twee bewoners die niet lucide zijn.

Er stellen zich problemen met betrekking tot onderlinge toestemming, net zoals er een ethisch probleem is wat de communicatie van informatie betreft, en tot slot is er nog de aanvaarding of afwijzing door de manager en het personeel. De manager kan tolerant zijn zolang het gemeenschapsleven niet wordt verstoord, maar vaak is hij intolerant uit angst voor de reputatie van zijn instelling of als de familie van de bewoner in kwestie zich niet inschikkelijk opstelt. Dat is temeer zo omdat er al snel moeilijkheden kunnen optreden wegens jaloezie, erfeniskwesties, of vragen over de mate van onderlinge toestemming. Soms is er ook sprake van leeftijdsstereotypen en religieuze waarden.

Tot slot vermelden we ook ongepaste seksuele gedragingen zoals strelingen, aanrakingen, taalgebruik, exhibitionisme en masturbatie – gedragingen die vaker voorkomen bij mannen. Vaak zijn er onderliggende hersenaandoeningen zoals het frontaal syndroom of een overdosis dopaminergica bij parkinsonpatiënten. In geval van perversiteiten is afwijzing de regel en als de situatie niet verbetert door geneesmiddelen, leidt dat uiteindelijk tot uitsluiting.

Door dit alles is het noodzakelijk dat het personeel en de gezondheidswerkers een specifieke opleiding krijgen (7) om dramatische toestanden te ontzenuwen en om zich rustig en opbouwend te kunnen gedragen binnen de emotionele context zoals die wordt aangevoeld door de betrokkenen, hun familie of andere bewoners.

Aandoeningen en behandelingen in verband met de seksualiteit en het ouder worden

Wat de gevoelsmatige invloed van het ouder worden betreft, is er een duidelijk oorzakelijk verband tussen de hormonale aspecten en de seksualiteit. Rond de leeftijd van vijftig jaar kunnen seksuele problemen optreden, zowel bij de man als bij de vrouw. Vooral bij de man ligt dat kantelmoment aan de basis van klachten. Mannen zijn ook veel gevoeliger voor uroseksuele stoornissen. Soms is een man zelfs angstiger en depressiever vanwege de urologische of seksuele gevolgen die een kankerbehandeling kan hebben dan door de kanker zelf.

Depressie van de menopauze
Bij 38 tot 39% van de vrouwen in de menopauze treedt een depressie op, die meestal wordt veroorzaakt door een verlies van eigenwaarde… Het is belangrijk om de vrouw in deze levensfase te begeleiden door de partner te informeren, eventueel door psychotherapie of eenvoudigweg aan de hand van advies dat de behandelende arts kan geven aan het koppel, in de laatste instantie kan men hen dan nog doorverwijzen naar een kliniek voor seksuele problemen.

Prikkelbaarheid van de andropauze
Van de mannen die een andropauze doormaken als gevolg van hypogonadisme, is 36% angstig en/of depressief – wat ze al dan niet ontkennen – en vooral heel prikkelbaar.

Hoewel het belangrijk is om te informeren over de mogelijke behandelingen van erectiestoornissen, moet ook de partner ondersteuning krijgen en er af en toe relatietherapie overwogen worden.

Aanpak van anatomische seksuele problemen bij bejaarde vrouwen?
De menopauze wijzigt de anatomie van de geslachtsorganen, zo atrofiëren onder meer de vulva en de vagina. Ook de bekkenbodem wordt getroffen, met een vermindering van de tonus en een afname van de hoeveelheid elastine en collageen. Dat gaat gepaard met een verzwakking van de musculofasciale ondersteuning.Als gevolg daarvan vermindert het aantal betrekkingen omdat die steeds moeilijker verlopen en vaak gepaard gaan met dyspareunie.Hier is behandeling door de fysiotherapeut nodig, met een reeks “therapeutische instrumenten” zoals fysiotherapie, massage en oefeningen om de buik- en bekkenbodemspieren te versterken.De behandeling moet globaal zijn aangezien de menopauze een algemene verzwakking meebrengt.

Idealiter moet:
-de patiënt geïnformeerd worden over de bekkenbodem (lichaamsbesef);

-perineale pijn (oppervlakkige en diepe) verlicht worden;

-de musculaire mobiliteit hersteld worden tot een bevredigend niveau;

-de abdominoperineale functie hersteld worden.

Het doel is om opnieuw een fysiologisch evenwicht te bereiken, met een perineale tonus die de doorbloeding van de genitaliën verbetert. Door de bloedtoevoer te verhogen, wordt in feite de lubricatie van de vagina verbeterd. Die omsluit de penis intiemer tijdens de seksuele daad, wat zowel de vrouw als de man intenser genot bezorgt.

Hoe benaderen we seksuele gezondheidsproblemen bij bejaarde vrouwen op psychorelationeel vlak?

Op het persoonlijke vlak

Vaak is de fysiotherapeut eerder opvoeder dan heropvoeder. De meeste patiënten zijn zich immers onvoldoende bewust van hun eigen lichaam of van de seksuele dynamica, en kennen daardoor per definitie ook het lichaam van de andere niet. De gespecialiseerde fysiotherapeut kan dus de rol van anatomische en zintuiglijke gids vervullen.

Dankzij de behandeling leert de patiënte haar lichaamstaal kennen en beheersen (perineum samentrekken en loslaten, bekken ontspannen en werken op de ademhaling om het eigen genot te verhogen, alsook het genot dat ze deelt met haar partner).

De patiënte moet (opnieuw) aansluiting vinden met haar “persoonlijk geluk, haar emotionele en lichamelijke bevrediging, wat haar levenskwaliteit verhoogt”.

Door zelfbewustzijn en zelfkennis ontdek je ook de ander. Zo kan sluitspiertraining ertoe leiden dat een patiënte op haar 60e haar perineum, het genot van de coïtus en uiteindelijk ook het orgasme ontdekt.

Op het relationele vlak

Seksualiteit binnen een liefdesrelatie is iets wonderlijks… (8)

Seksualiteit is een echt communicatiemiddel, terwijl het niet kunnen communiceren een bedreiging vormt voor het psychoaffectieve evenwicht. Op die manier kan seksualiteit, door fysiologische veranderingen in de seksuele functie van de man of de vrouw, tot ernstige conflicten leiden. De twee partners moeten opnieuw vertrouwd raken met en wennen aan die tweede taal die seksualiteit is, die trouwens niet zuiver lichamelijk is, maar ook een beroep doet op het gevoelsleven.

De menopauze verandert de lust niet chemisch, aangezien de fysiologische componenten van de seksuele drift verband houden met de secretie van androgene stoffen.

Een flink deel van de effecten die de menopauze heeft op de seksualiteit, hangt af van de attitude die de vrouw aanneemt. Bepaalde vrouwen krijgen immers meer belangstelling voor seksualiteit na de menopauze: 14% van 21 tot 30 jaar, 27% van 31 tot 44 jaar, 35% van 45 tot 55 jaar en 21% van 56 tot 65 jaar (9). Volgens Masters en Johnson zou een van de beste manieren om te voorkomen dat de seksuele respons op een bepaalde leeftijd afneemt wel eens de regelmaat van de seksuele activiteiten kunnen zijn, met inbegrip van masturbatie (10).

Het einddoel van therapeuten is om de betrekkingen te verbeteren, zodat mensen zin krijgen om hun hele leven zin te hebben.

Het leven als koppel, seksualiteit en het ouder worden: de uitdaging voor de man
Hoe zit het, meer specifiek, met het seksleven van de ouder wordende man?

Het is duidelijk dat ouderdom de intensiteit, frequentie en kwaliteit van de seksuele respons aantast. Erectiestoornissen verschijnen rond de leeftijd van 40 of 50 jaar:

18% tussen 50-60 jaar;

50% na 60 jaar;

75% na 70 jaar.

In de jaren’70-’80 waren de oorzaken van deze stoornissen volgens sommige auteurs louter psychologisch en relationeel. Vanaf de jaren ’80 verschoof die aandacht naar organische oorzaken, meer bepaald vasculaire en endotheliale oorzaken (commercialisatie van de fosfodiesterase 5-remmer IPDE5). Momenteel wordt steeds nadrukkelijker gewezen op de wisselwerking van de oorzaken en op de noodzaak om biomedische behandelingen te combineren met psychoseksuologische begeleiding (11-13).

1. Ingrijpende fysieke veranderingen

De erecties treden trager op en zijn minder stijf. Ze vergen meer prikkeling en directe stimulatie.

De ejaculatie is minder krachtig en de behoefte eraan is afgenomen.

Het volume van het ejaculaat neemt af.

De refractaire periode wordt langer.

De tactiele gevoeligheid van de penis verzwakt.

De frequentie en duur van nachtelijke erecties nemen af.

Het orgasme laat langer op zich wachten en de orgastische drang is minder intens.

2. Ingrijpende psychosociale veranderingen die impact hebben op de relatie en het seksleven

Met pensioen gaan

Meer tijd thuis doorbrengen

Het vertrek van de kinderen

Het verlies van verwanten

Verlies van het inkomen

Wijziging van het uiterlijk

Verlies van zelfstandigheid

3. Somatische en iatrogene oorzaken die de seksuele respons kunnen wijzigen

Hypertensie

Diabetes

Rookverslaving

Alcoholverslaving

Antidepressiva en neuroleptica

Vasculaire, hormonale, neurologische en postoperatieve problemen

4. Ingrijpende psychologische veranderingen

Depressie

Prestatieangst

Schuldgevoel

Frustratie

Schaamte

Verminderd gevoel van eigenwaarde

Al die wijzigingen van het seksuele reactievermogen betekenen nog niet dat de behoefte of het erotische potentieel verdwijnt. Perineologische en seksuologische behandelingen zijn erop gericht om het erotische gedrag aan te passen aan de fysiologische, psychosociale en fysieke veranderingen.

“Het is mogelijk om je seksuele gedrag aan te passen als je ouder wordt, maar dat gaat niet vanzelf. Berusten in het noodlot helpt ons niet verder.” Het klopt dat de uitdrukking van erotische gevoelens verandert met de leeftijd, maar de seksuele bevrediging blijft dezelfde (11).

De seksuele respons en de seksuele functie wijzigen uiteraard met het ouder worden. De natuurlijke wijzigingen van de seksuele functie komen overeen met de normale veranderingen in het ouder wordende lichaam. Ze verschijnen doorgaans heel geleidelijk. Als zodanig verminderen die veranderingen de mogelijkheid niet om seksuele betrekkingen te hebben, ze wijzigen alleen het verloop ervan. De uitdaging voor die personen bestaat erin om een wijziging aan te brengen in hun seksuele handelen, dat vooral of zelfs uitsluitend gericht is op de coïtus. Dat kunnen ze doen door nieuwe manieren te vinden die gebaseerd zijn op gevoeligheid, sensualiteit, erotisering, ‘sensate focusing’, enz. (12-17). Bovendien zijn die veranderingen soms het gevolg van vasculaire, neurologische, postoperatieve, psychiatrische of andere problemen waarvoor gelijktijdig een specifieke behandeling nodig is.

Als er geen totaalaanpak is, wordt het probleem als groter ervaren, met een slechtere prognose tot gevolg!

Conclusies

Het is nuttig om het koppel als een geheel te beschouwen, als een eenheid, en te proberen te zorgen voor regelmaat in de seksuele betrekkingen en het koppel veeleer in kwalitatieve dan in kwantitatieve zin te laten evolueren (16). Hulp moet zo vroeg mogelijk worden geboden, zonder er een voorwaarde van te maken om gelukkig te leven (15). Bovendien moet ook seks om de seks worden vermeden (11). In recente studies valt het wantrouwen op tegenover medicalisering van het ouder worden, wat allicht een deels commerciële ontsporing van onze tijd is. Uit een Franse enquête over het seksuele gedrag in 2006 (2) blijkt duidelijk dat remedies hier en daar wel mensen met een seksueel probleem kunnen helpen, maar als er geen totaalaanpak is, wordt het probleem als groter ervaren, met een slechtere prognose tot gevolg.

Referenties
1. Dupras A, Soucis P. La sexualité des personnes âgées: bilan des recherches québécoises. Sexologies 2008;17:190-8.
2. Bajos N, Bozon M. Enquête sur la sexualité en France: pratiques, genre et santé. Editions La Découverte Paris, 2008.
3. Poulain M. Les déterminants de la longévité. Louvain médical 2006;125(9):S329-32.
4. Jackson A. Study finds sex a significant predictor of happiness among married seniors. The Gerontological Society of America 64th annual scientific meeting, 2011 www.geron.org.
5. Dehon S. Vieillissement et Sexualité. Gunaïkeia,2012;17(4):13-5.
6. Thomas P. La sexualité des personnes âgées. Communication à la réunion de Psychogériatrie de La Rochelle, le 22-10-2007. ebookbrowse.com/se/sexualité-personne-âgée.
7. Ryan P, Dudley J, MacMahon C et al. Ageing, relationships and sexuality. In «Ageing and Older Adult mental Health» Edited by Ryan P and Coughlan BJ. Published by Routledge, New York, 2011.
8. Levy J, Fortin C. Mourir à trop aimer. Presses de l’Université de Laval, 2003.
9. Vézina J. Vieillir a ses avantages. Coderpa du Tarn 1996; 47(2). http://papidoc.chic-cm.fr/566sexualitevielli.html.
10. Martel P. Le droit à une sexualité épanouie: ménopause ne veut pas dire chasteté. Avenirs de femme, 2005;15:17-22.
11. Psalti I. Migraine ou gros câlin?: Quête ou reconquête de la sexualité dans les couples qui durent. Le livre de Poche, Paris, 2008.
12. de Carufel F. L’éjaculation prématurée: compréhension et traitement par thérapie sexofonctionnelle. Presses Universitaires de Louvain, 2009.
13. Poudat FX, Aubin S, de Carufel F et al. Sexualité, couple et TCC. Volume 1: les difficultés sexuelles. Eds Elsevier Masson, Paris, 2011.
14. Trudel G. Les dysfonctions sexuelles: évaluation et traitement par des méthodes psychologique, interpersonnelle et biologique. Presses de l’Université du Québec, 2005.
15. de Sutter P. La sexualité des gens heureux. Eds des Arènes, Paris, 2009.
16. Trudel G. La baisse du désir sexuel. Eds Masson, Paris, 2003.
17. El Feki M, Bureau J, Crepault C. La sexothérapie: quelle thérapie choisir en sexologie clinique? Eds De Boeck, Bruxelles, 2010.

Bronnen

https://www.medi-sfeer.be/nl/nieuws/medisch-nieuws/hoe-omgaan-met-seksuele-gezondheidsproblemen-bij-bejaarden.html